flexibiliteit op het werk

Hoe train je lichaamstaal?

Wanneer er twee mensen met elkaar communiceren, is er altijd sprake van een rimpeleffect, net zoals bij een steen die je in het water gooit. Door de steen verplaatst het water en krijg je een golf (de rimpel) waarop nog een golf volgt en nog één totdat het water weer rustig is. Wanneer we een training geven, dan geven we een reactie op de woorden en de gebaren de deelnemers aan ons laten zien. En op de woorden en gebaren die wij laten zien geeft de ander weer zijn reactie op. Dit rimpeleffect stopt niet en gaat alsmaar door totdat het gesprek beëindigd is. Om met lichaamstaal te kunnen spelen in zo’n waterspel, is het handig om te weten hoe jij zelf als trainer op al die verschillende gesprekken en mensen beweegt.

Wanneer je na afloop van een training een analyse maakt en vanuit een helicopterview logisch en analytisch nadenkt over dingen waar je normaal gesproken niet over nadenkt. Kun je achterhalen waarom je je bij deze training hebt gedragen zoals je je hebt gedragen.

Door te onderzoeken krijg je meer inzicht in je eigen onbewuste analyses en stel je ze ook ter discussie. Je leert objectief kijken en daardoor beter lichaamstaal analyseren.

De vraag is of je alle boodschappen waarvan je meende dat die naar je werden uitgezonden wilt bekijken. Kijk verder dan de woorden. Kijk en onderzoek;

  1. De algehele lichaamshouding en hoek waaronder de ander zijn lichaam houdt; rechtop? In elkaar gedoken? In evenwicht? Voorovergebogen?
  2. Ondersteunende hand- en voet gebaren; gevouwen armen? Gekruiste benen? Gebalde vuisten? Handenwringend? Enz.
  3. Ondersteunende gezichtsuitdrukkingen; oogcontact? Glimlachen? Fronsen? Enz.
  4. Ruimte gebruik; hoe beweegt de ander zich en welke ruimte neemt hij in tijdens het gesprek, dat wil zeggen: is hij een indringer of iemand die zijn eigen territorium kleiner maakt?
  5. Lekken; kleine gebaren die vrijwel onwillekeurig worden gemaakt, zoals tikken met de voet, friemelen aan sierraden, enzovoort.
  6. Microgebaren; kleine vluchtige uitdrukkingen van oog (knipperbewegingen of knijpende ogen), mondhoek snel naar boven of onder gericht, optrekkende neus, enz.
  7. Ontkennende gebaren; hieraan merk je dat iemand het zelf niet eens is met wat hij in woorden beweert. Zoals opeens zenuwachtige trekjes vertonen terwijl dit niet past in de context.

 

Vraag je vervolgens drie dingen af:

  1. Wat was mijn totaal indruk van de stemming/gedachten van de ander?
  2. Wat gaf mij die gedachte in?
  3. In welke mate weerspiegelde de lichaamstaal van de ander mijn eigen lichaamstaal? Op welk punt hadden mijn eigen bewegingen invloed op die van de ander?

Het rimpeleffect dwingt je om bewust na te denken over dingen die zich meestal onderbewust volstrekken. Je maakt onderscheid tussen de informatie die de ander je verbaal meedeelt en informatie die je opvangt op grond van non-verbale signalen.

Je komt bijvoorbeeld tot de conclusie dat een van je deelnemers nerveus overkwam. Denk nog eens aan de ontmoeting terug. Heeft de ander je dat met woorden verteld, of heb je het op een andere manier gemerkt? Zo ja, op welke manier?

Jezelf hierin trainen geeft je enorm veel inzicht, zowel in jezelf als in de ander, en maakt je een betere trainer.

Isabelle van de Nadort
(Isabelle heeft onze trainers getraind hoe ze hun eigen lichaamstaal beter kunnen inzetten tijdens een training en hoe ze de lichaamstaal van hun deelnemers beter kunnen lezen. Vanuit deze invalshoek heeft ze dit blog geschreven.)

Isabelle van de Nadort trainer Expertprogramma Trifier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Dank voor het invullen!

Bedankt voor het verslag, het wordt doorgestuurd naar de projectmanager.

Trifier draait op SYS Platform SYS Platform - Platform voor Coaches & Opleiders